‘We hebben allemaal hetzelfde doel: dat de leerling zich straks op zijn plek voelt in het voortgezet onderwijs’ 

Een primeur: voor het eerst vond er een centrale leerlingoverdracht plaats in Amersfoort. Het Nieuwe Eemland was op 22 mei het decor van 350 ‘speeddatende’ VO-docenten en PO-leerkrachten uit Amersfoort en omgeving. Het belangrijkste doel van al deze ontmoetingen? De kansen van leerlingen op een goede start in het voortgezet onderwijs zo groot mogelijk maken. Verslag van een dag die een hectische aanloop had, maar toch succesvol verliep. ‘Hopelijk is dit het begin van een traditie.’  

Met haar werkmap in de aanslag overziet Martina Dorresteijn deze donderdagochtend de talrijke tafels waaraan collega’s in gesprek zijn over leerlingen. De docent Nederlands en leerlingbegeleider van Het Element weet precies welke PO-leerkracht ze zo gaat aanschieten en staat startklaar om in actie te komen. Of ze tijd heeft voor een paar vragen? Zolang haar ‘doelwit’ nog in gesprek is wel, dus kom maar op. 

Dorresteijn: ‘Wat volgens mij het belang is van deze dag? Bij ons op school willen we leerlingen een zo goed mogelijke start bieden. Dan moeten we meer weten dan wat je op papier kwijt kunt. Bij een mondelinge overdracht kun je beter nuances aanbrengen en gaat het ook over onderwerpen die anders minder snel aan bod komen. Informatie over de achtergrond, eventuele hulpmogelijkheden voor ouders als ze de taal niet machtig zijn, huiswerkbegeleiding als dat nodig is… Als je het verhaal erbij krijgt zorgt dat voor een completer beeld en kunnen we beter inschatten waar een leerling het best op zijn of haar plek is. Dat leerlingen goed in hun vel zitten vinden wij ontzettend belangrijk, dat is de basis van alles.’ 

Het kind tot leren brengen 

Dat is precies de reden waarom deze centrale leerlingoverdracht vandaag plaatsvindt. De doorgaande lijn van PO naar VO zo soepel mogelijk maken, daar is het Gerard Luitwieler van Bruggenbouwers Regio Eemland en mede-organisatoren van deze dag om te doen. Want daar valt nog winst te behalen, zo klinkt het uit meer monden vandaag.  

‘We zijn de discussie aangegaan: wat willen we echt overdragen?’ zegt Luitwieler. ‘Het moet niet gaan om het niveau van begrijpend lezen en rekenen, want dat staat in de gegevens die we digitaal aan elkaar overdragen. We willen dat het hele kind gezien wordt. Het moet gaan om de vraag: hoe breng je het kind tot leren? Wat zijn de kansen en wat zijn de belemmeringen? Een aai over de bol, een duim hoog: het ene kind heeft dat vaker nodig dan het andere. Vandaag gaan we het juist daarover hebben.’  

De werelden van PO en VO dichter bij elkaar brengen, daaraan moet deze dag bijdragen. ‘Als bruggenbouwers werken wij eraan dat PO en VO elkaar ontmoeten’, zegt Luitwieler. ‘Daar hebben we diverse activiteiten voor, met de centrale leerlingoverdracht als belangrijkste schakel in de doorgaande lijn. Als je elkaar kent en tegenkomt, dan weet je elkaar ook te vinden als het over de leerling moet gaan. Het is zonde als je als VO-docent veel tijd nodig hebt om het kind te leren kennen. Wat verder belangrijk is: praat niet alleen over, maar ook met het kind. Daar gaat het tenslotte om.’ 

Enorme tijdsbesparing 

Een ander doel van de centrale leerlingoverdracht is het maken van een efficiencyslag. Luitwieler is daar helder over: ‘In de vorige situatie kostte het vooral PO-leerkrachten erg veel tijd om alle afspraken met VO-docenten in te plannen. Door alle gesprekken op één centrale dag te organiseren levert dat een enorme tijdsbesparing op. Er is een aantal regio’s die dit al doen. Daar hebben we de kunst van afgekeken, al hebben we er onze eigen draai aan gegeven.’ 

Maanden van voorbereiding door veel mensen zijn eraan voorafgegaan. Maar juist in de laatste week kwam er een grote kink in de kabel; het ingehuurde roostersysteem bleek niet te werken zoals gewenst. De organisatie is overgegaan op plan b: speeddaten op basis van beschikbaarheid. In acht minuten, want dat dwingt om tot de kern te komen. ‘Het was flink stressen’, zegt Luitwieler. ‘Maar als ik tot nu toe kijk hoe het loopt, dan is dat heel positief. Er is één knelpunt en dat is dat sommige scholen moeten wachten.’ 

Overdragen wat een kind nodig heeft 

Getuige de vele enthousiaste reacties over de centrale leerlingoverdracht is dat probleem te overzien. Wie in elk geval blij is deze ochtend en middag, is Karin Veldhuizen. Moet gezegd: ze draagt meerdere petten vandaag. Karin is bestuurslid van het overlegorgaan BAVO, bruggenbouwer, maar bovenal leerkracht van groep 8, en dat al bijna 35 jaar. Momenteel is ze docent op basisschool De Wonderboom in Amersfoort.  

Al jarenlang is Karin een warm pleitbezorgster van de centrale leerlingoverdracht. ‘Ik kom uit Den Haag en daar zijn we 25 jaar geleden al begonnen met deze vorm van warme overdracht. Toen ik in Amersfoort kwam opperde ik: kunnen we dat ook hier doen? Het kost me als leerkracht ontzettend veel tijd om met al die verschillende middelbare scholen afspraken te maken. Ik ben soms twee maanden bezig om alle leerlingen te bespreken. Nu doen we dat op één dag. Het is ongelooflijk efficiënt en ook nog eens gezellig dat we elkaar als collega’s ontmoeten.’ 

Boven alles ziet ze de voordelen voor het kind. ‘Harde data over een leerling kunnen we opsturen via het digitale overdrachtssysteem. Maar hoe de thuissituatie is, hoe het kind in de klas functioneert, wat het nodig heeft en wat wel of niet werkt, dat kun je alleen in een gesprek overdragen. Als leerkrachten van groep 8 hebben we een kind een jaar lang meegemaakt, dus we weten precies wat nodig is om te zorgen voor een goede landing in het voortgezet onderwijs.’ 

Werelden komen samen 

Karin is ervan overtuigd dat dat de kansen van een leerling vergroot. ‘Als we gegevens alleen digitaal sturen vallen kinderen tussen wal en schip. Ik heb het regelmatig fout zien gaan als het gaat om kansengelijkheid, met kinderen die vanuit huis niet worden geholpen of waar weinig geld is. Om juist ook die kinderen te zien en te helpen is een centrale leerlingoverdracht van groot belang. De afstand tussen PO en VO voelt soms als groot, met verschillende culturen en onderwijsconcepten, maar vandaag komen we dicht bij elkaar.’ 

Ze hoopt dat een traditie is geboren. ‘Ik word hier heel enthousiast van. Ik hoop ook dat het een aanzet is om meer in elkaars werkvelden mee te lopen en te kijken, want ook op die manier verkleinen we de afstand en vergroten we de kansen van het kind. Ik nodig VO-docenten van harte uit.’ 

Van elkaar leren 

Met een blik op de ‘speeddates’ ziet ook Aukje Smulders, afdelingsleider van ’t Hooghe Landt voor de brugklas, dat het goed is. ‘Het is belangrijk dat we het vandaag over kinderen hebben en dat we ze warm overdragen. Dat deden we door naar scholen te gaan, nu doen we het op één dag. We hebben allemaal hetzelfde doel: dat het kind zich warm ontvangen en op zijn plek voelt in het voortgezet onderwijs.’ 

Een gesprek levert een completer beeld op dan een formulier, zo luidt de stellige overtuiging van Smulders. ‘Je hoort de details en de bijzonderheden. Dit kind is verlegen en moet je er meer bij betrekken, bijvoorbeeld. Ik hoop dat dit de opmaat is naar meer ontmoeting tussen PO en VO. We kunnen veel van elkaar leren.’ 

Kritische noten 

Buiten gaat de ontmoeting vrolijk verder bij de frietkraam, binnen gaat voorzitter Jasper de Jong van de BAVO dieper in op het belang van deze centrale overdracht van maar liefst 2600 (!) leerlingen. ‘Ik weet dat er ouders zijn die denken: ik heb liever dat mijn kind met een schone lei op het voortgezet onderwijs begint. In mijn ogen is het juist heel belangrijk dat de essentiële informatie over het kind bekend is bij de nieuwe school. Want daarmee bied je de leerling de meeste kans om goed te starten. Het is zonde als er eerst veel tijd besteed moet worden aan dat wat er niet goed loopt, als je dat van tevoren al kunt voorkomen met een goede warme overdracht.’  

De tendens onder de aanwezige scholen is positief, maar kritische noten zijn er ook. ‘De aanloop was wat moeizaam’, zegt Desirée Keijner, teamleider brugklassen van het Griftland College in Soest. ‘De roosters lieten lang op zich wachten en toen ze uiteindelijk kwamen zaten er fouten in. Toen zijn we uiteindelijk toch zelf maar begonnen met de voorbereiding. Een paar dagen van tevoren ging het hele oorspronkelijke plan overboord, dat was even slikken. We hebben ervoor gekozen te clusteren: jij gaat met die basisscholen in gesprek, jij met die. Fijn ook dat we als regio Soest en Baarn op één gang zijn geplaatst. In deze opzet hoeven we niet van hot naar her te rennen en kunnen we efficiënter werken. Sterker nog: het is lunchtijd en we zijn nu al bijna klaar.’  

In gesprek blijven  

Mits efficiënt georganiseerd én goed voorbereid door de leerkrachten, is Keijner voorstander van een centrale leerlingoverdracht. ‘Want daarmee weet je wat een kind nodig heeft. Is er sprake van trauma, scheiding of andere belangrijke informatie? We willen het allemaal horen, zodat we ons goed kunnen voorbereiden op de ontvangst van de leerling.’ 

Wat er volgens haar nog meer nodig is voor een warme overdracht? ‘De werelden van PO en VO kunnen nog dichter bij elkaar komen. Uitwisseling en de vinger aan de pols houden bij elkaar, dat is belangrijk. Als leerlingen het een stuk minder goed doen bij ons dan verwacht, dan bel ik de collega’s op de basisschool op om te vragen hoe het advies tot stand is gekomen of wat zou kunnen helpen. Bij elkaar een kijkje nemen in het werkveld kan ook bijdragen. Het allerbelangrijkste: in gesprek blijven gaan over het kind.’  

Terugkomdag als vervolg 

Terug naar Martina Dorresteijn, de leerlingbegeleider van Het Element die vandaag diverse waardevolle ontmoetingen had met PO-leerkrachten. Ze hoopt op een vervolg én een terugkomdag. ‘Dertien jaar geleden heb ik dat als PO-leerkracht in Culemborg als heel prettig ervaren. Dan kun je horen hoe het nou gaat met je oud-leerlingen. Het draagt ook bij aan bewustwording: heb ik het niveau goed ingeschat?’  

Ze wordt op haar wenken bediend, want bruggenbouwer Luitwieler kondigt zo’n terugkomdag aan. ‘In november gaan we hetzelfde doen als vandaag, maar dan omgekeerd. Bij achterblijvende verwachtingen kunnen VO-docenten aan PO-leerkrachten vragen: wat deed jij wat ik blijkbaar niet doe? Dan ontstaan er interessante gesprekken.’ 

Of er vandaag met de centrale leerlingoverdracht een nieuwe traditie in de regio Amersfoort is geboren? Luitwieler denkt en hoopt van wel: ‘We gaan deze dag natuurlijk evalueren, maar in principe gaan we dit drie jaar doen. We geven het de kans, want dat verdient het.’ 

Agenda

Actueel

Kennisbank PO-VO

Projectgroepen

‘We hebben allemaal hetzelfde doel: dat de leerling zich straks op zijn plek voelt in het voortgezet onderwijs’ 

Een primeur: voor het eerst vond er een centrale leerlingoverdracht plaats in Amersfoort. Het Nieuwe Eemland was op 22 mei het decor van 350 ‘speeddatende’ VO-docenten en PO-leerkrachten uit Amersfoort en omgeving. Het belangrijkste doel van al deze ontmoetingen? De kansen van leerlingen op een goede start in het voortgezet onderwijs zo groot mogelijk maken. Verslag van een dag die een hectische aanloop had, maar toch succesvol verliep. ‘Hopelijk is dit het begin van een traditie.’  

Met haar werkmap in de aanslag overziet Martina Dorresteijn deze donderdagochtend de talrijke tafels waaraan collega’s in gesprek zijn over leerlingen. De docent Nederlands en leerlingbegeleider van Het Element weet precies welke PO-leerkracht ze zo gaat aanschieten en staat startklaar om in actie te komen. Of ze tijd heeft voor een paar vragen? Zolang haar ‘doelwit’ nog in gesprek is wel, dus kom maar op. 

Dorresteijn: ‘Wat volgens mij het belang is van deze dag? Bij ons op school willen we leerlingen een zo goed mogelijke start bieden. Dan moeten we meer weten dan wat je op papier kwijt kunt. Bij een mondelinge overdracht kun je beter nuances aanbrengen en gaat het ook over onderwerpen die anders minder snel aan bod komen. Informatie over de achtergrond, eventuele hulpmogelijkheden voor ouders als ze de taal niet machtig zijn, huiswerkbegeleiding als dat nodig is… Als je het verhaal erbij krijgt zorgt dat voor een completer beeld en kunnen we beter inschatten waar een leerling het best op zijn of haar plek is. Dat leerlingen goed in hun vel zitten vinden wij ontzettend belangrijk, dat is de basis van alles.’ 

Het kind tot leren brengen 

Dat is precies de reden waarom deze centrale leerlingoverdracht vandaag plaatsvindt. De doorgaande lijn van PO naar VO zo soepel mogelijk maken, daar is het Gerard Luitwieler van Bruggenbouwers Regio Eemland en mede-organisatoren van deze dag om te doen. Want daar valt nog winst te behalen, zo klinkt het uit meer monden vandaag.  

‘We zijn de discussie aangegaan: wat willen we echt overdragen?’ zegt Luitwieler. ‘Het moet niet gaan om het niveau van begrijpend lezen en rekenen, want dat staat in de gegevens die we digitaal aan elkaar overdragen. We willen dat het hele kind gezien wordt. Het moet gaan om de vraag: hoe breng je het kind tot leren? Wat zijn de kansen en wat zijn de belemmeringen? Een aai over de bol, een duim hoog: het ene kind heeft dat vaker nodig dan het andere. Vandaag gaan we het juist daarover hebben.’  

De werelden van PO en VO dichter bij elkaar brengen, daaraan moet deze dag bijdragen. ‘Als bruggenbouwers werken wij eraan dat PO en VO elkaar ontmoeten’, zegt Luitwieler. ‘Daar hebben we diverse activiteiten voor, met de centrale leerlingoverdracht als belangrijkste schakel in de doorgaande lijn. Als je elkaar kent en tegenkomt, dan weet je elkaar ook te vinden als het over de leerling moet gaan. Het is zonde als je als VO-docent veel tijd nodig hebt om het kind te leren kennen. Wat verder belangrijk is: praat niet alleen over, maar ook met het kind. Daar gaat het tenslotte om.’ 

Enorme tijdsbesparing 

Een ander doel van de centrale leerlingoverdracht is het maken van een efficiencyslag. Luitwieler is daar helder over: ‘In de vorige situatie kostte het vooral PO-leerkrachten erg veel tijd om alle afspraken met VO-docenten in te plannen. Door alle gesprekken op één centrale dag te organiseren levert dat een enorme tijdsbesparing op. Er is een aantal regio’s die dit al doen. Daar hebben we de kunst van afgekeken, al hebben we er onze eigen draai aan gegeven.’ 

Maanden van voorbereiding door veel mensen zijn eraan voorafgegaan. Maar juist in de laatste week kwam er een grote kink in de kabel; het ingehuurde roostersysteem bleek niet te werken zoals gewenst. De organisatie is overgegaan op plan b: speeddaten op basis van beschikbaarheid. In acht minuten, want dat dwingt om tot de kern te komen. ‘Het was flink stressen’, zegt Luitwieler. ‘Maar als ik tot nu toe kijk hoe het loopt, dan is dat heel positief. Er is één knelpunt en dat is dat sommige scholen moeten wachten.’ 

Overdragen wat een kind nodig heeft 

Getuige de vele enthousiaste reacties over de centrale leerlingoverdracht is dat probleem te overzien. Wie in elk geval blij is deze ochtend en middag, is Karin Veldhuizen. Moet gezegd: ze draagt meerdere petten vandaag. Karin is bestuurslid van het overlegorgaan BAVO, bruggenbouwer, maar bovenal leerkracht van groep 8, en dat al bijna 35 jaar. Momenteel is ze docent op basisschool De Wonderboom in Amersfoort.  

Al jarenlang is Karin een warm pleitbezorgster van de centrale leerlingoverdracht. ‘Ik kom uit Den Haag en daar zijn we 25 jaar geleden al begonnen met deze vorm van warme overdracht. Toen ik in Amersfoort kwam opperde ik: kunnen we dat ook hier doen? Het kost me als leerkracht ontzettend veel tijd om met al die verschillende middelbare scholen afspraken te maken. Ik ben soms twee maanden bezig om alle leerlingen te bespreken. Nu doen we dat op één dag. Het is ongelooflijk efficiënt en ook nog eens gezellig dat we elkaar als collega’s ontmoeten.’ 

Boven alles ziet ze de voordelen voor het kind. ‘Harde data over een leerling kunnen we opsturen via het digitale overdrachtssysteem. Maar hoe de thuissituatie is, hoe het kind in de klas functioneert, wat het nodig heeft en wat wel of niet werkt, dat kun je alleen in een gesprek overdragen. Als leerkrachten van groep 8 hebben we een kind een jaar lang meegemaakt, dus we weten precies wat nodig is om te zorgen voor een goede landing in het voortgezet onderwijs.’ 

Werelden komen samen 

Karin is ervan overtuigd dat dat de kansen van een leerling vergroot. ‘Als we gegevens alleen digitaal sturen vallen kinderen tussen wal en schip. Ik heb het regelmatig fout zien gaan als het gaat om kansengelijkheid, met kinderen die vanuit huis niet worden geholpen of waar weinig geld is. Om juist ook die kinderen te zien en te helpen is een centrale leerlingoverdracht van groot belang. De afstand tussen PO en VO voelt soms als groot, met verschillende culturen en onderwijsconcepten, maar vandaag komen we dicht bij elkaar.’ 

Ze hoopt dat een traditie is geboren. ‘Ik word hier heel enthousiast van. Ik hoop ook dat het een aanzet is om meer in elkaars werkvelden mee te lopen en te kijken, want ook op die manier verkleinen we de afstand en vergroten we de kansen van het kind. Ik nodig VO-docenten van harte uit.’ 

Van elkaar leren 

Met een blik op de ‘speeddates’ ziet ook Aukje Smulders, afdelingsleider van ’t Hooghe Landt voor de brugklas, dat het goed is. ‘Het is belangrijk dat we het vandaag over kinderen hebben en dat we ze warm overdragen. Dat deden we door naar scholen te gaan, nu doen we het op één dag. We hebben allemaal hetzelfde doel: dat het kind zich warm ontvangen en op zijn plek voelt in het voortgezet onderwijs.’ 

Een gesprek levert een completer beeld op dan een formulier, zo luidt de stellige overtuiging van Smulders. ‘Je hoort de details en de bijzonderheden. Dit kind is verlegen en moet je er meer bij betrekken, bijvoorbeeld. Ik hoop dat dit de opmaat is naar meer ontmoeting tussen PO en VO. We kunnen veel van elkaar leren.’ 

Kritische noten 

Buiten gaat de ontmoeting vrolijk verder bij de frietkraam, binnen gaat voorzitter Jasper de Jong van de BAVO dieper in op het belang van deze centrale overdracht van maar liefst 2600 (!) leerlingen. ‘Ik weet dat er ouders zijn die denken: ik heb liever dat mijn kind met een schone lei op het voortgezet onderwijs begint. In mijn ogen is het juist heel belangrijk dat de essentiële informatie over het kind bekend is bij de nieuwe school. Want daarmee bied je de leerling de meeste kans om goed te starten. Het is zonde als er eerst veel tijd besteed moet worden aan dat wat er niet goed loopt, als je dat van tevoren al kunt voorkomen met een goede warme overdracht.’  

De tendens onder de aanwezige scholen is positief, maar kritische noten zijn er ook. ‘De aanloop was wat moeizaam’, zegt Desirée Keijner, teamleider brugklassen van het Griftland College in Soest. ‘De roosters lieten lang op zich wachten en toen ze uiteindelijk kwamen zaten er fouten in. Toen zijn we uiteindelijk toch zelf maar begonnen met de voorbereiding. Een paar dagen van tevoren ging het hele oorspronkelijke plan overboord, dat was even slikken. We hebben ervoor gekozen te clusteren: jij gaat met die basisscholen in gesprek, jij met die. Fijn ook dat we als regio Soest en Baarn op één gang zijn geplaatst. In deze opzet hoeven we niet van hot naar her te rennen en kunnen we efficiënter werken. Sterker nog: het is lunchtijd en we zijn nu al bijna klaar.’  

In gesprek blijven  

Mits efficiënt georganiseerd én goed voorbereid door de leerkrachten, is Keijner voorstander van een centrale leerlingoverdracht. ‘Want daarmee weet je wat een kind nodig heeft. Is er sprake van trauma, scheiding of andere belangrijke informatie? We willen het allemaal horen, zodat we ons goed kunnen voorbereiden op de ontvangst van de leerling.’ 

Wat er volgens haar nog meer nodig is voor een warme overdracht? ‘De werelden van PO en VO kunnen nog dichter bij elkaar komen. Uitwisseling en de vinger aan de pols houden bij elkaar, dat is belangrijk. Als leerlingen het een stuk minder goed doen bij ons dan verwacht, dan bel ik de collega’s op de basisschool op om te vragen hoe het advies tot stand is gekomen of wat zou kunnen helpen. Bij elkaar een kijkje nemen in het werkveld kan ook bijdragen. Het allerbelangrijkste: in gesprek blijven gaan over het kind.’  

Terugkomdag als vervolg 

Terug naar Martina Dorresteijn, de leerlingbegeleider van Het Element die vandaag diverse waardevolle ontmoetingen had met PO-leerkrachten. Ze hoopt op een vervolg én een terugkomdag. ‘Dertien jaar geleden heb ik dat als PO-leerkracht in Culemborg als heel prettig ervaren. Dan kun je horen hoe het nou gaat met je oud-leerlingen. Het draagt ook bij aan bewustwording: heb ik het niveau goed ingeschat?’  

Ze wordt op haar wenken bediend, want bruggenbouwer Luitwieler kondigt zo’n terugkomdag aan. ‘In november gaan we hetzelfde doen als vandaag, maar dan omgekeerd. Bij achterblijvende verwachtingen kunnen VO-docenten aan PO-leerkrachten vragen: wat deed jij wat ik blijkbaar niet doe? Dan ontstaan er interessante gesprekken.’ 

Of er vandaag met de centrale leerlingoverdracht een nieuwe traditie in de regio Amersfoort is geboren? Luitwieler denkt en hoopt van wel: ‘We gaan deze dag natuurlijk evalueren, maar in principe gaan we dit drie jaar doen. We geven het de kans, want dat verdient het.’